Jurriën Koops, Directeur ABU
"Onze sector heeft de wind tegen en de stroming mee"
Jurriën Koops, Directeur ABU
Zeist,
25
augustus
2017
|
13:33
Europe/Amsterdam

"Onze sector heeft de wind tegen en de stroming mee"

"Het is vooral de interactie tussen grote trends, zoals vergrijzing en digitalisering, die impact op de arbeidsmarkt heeft. Jonge mensen zouden minstens vijftig jaar moeten werken in een tijd dat de omloopsnelheid van kennis exponentieel toeneemt en de waarde van de beroepsopleiding in rap tempo erodeert. De combinatie van de snelle veroudering van kennis als gevolg van nieuwe technologieën en de stijgende levensverwachting zorgt ervoor dat 'werk' een heel andere dimensie krijgt. Mensen moeten langer werkzaam zijn en zullen sneller en vaker switchen. Maar de infrastructuur zoals we die vandaag kennen, is daar niet op ingericht. De erfenis van de industriële indeling zoals sectorale verdeling, één cao en één functiehandboek, belemmert ons om het werk op een andere manier te organiseren."

Jurriën Koops ziet als directeur van de ABU dat die erfenis mensen lijkt te verblinden. “Alles wat veiligheid en comfort biedt voor mensen lijken we op te hangen aan een vast contract”, stelt hij. “Zoals cao-rechten, regelingen voor ziekte en arbeidsongeschiktheid en de toegang tot een hypothecaire geldlening. Onze mindset is er niet op gericht om de verandering in te kunnen zetten. Want het zit bij weinig mensen tussen de oren dat men moet blijven leren om meerdere keren een serieuze carrièreswitch te kunnen maken in het leven. En zijn er ook nog allerlei institutionele belemmeringen. De politiek moet de dynamiek en diversiteit van de arbeidsmarkt als een gegeven beschouwen. Die dynamiek geeft kracht en daar moet je gebruik van maken. Zorgen dat je als overheid vooral ruimte geeft om mensen ‘veilig te helpen oversteken’ en bescherming biedt aan de mensen die het echt nodig hebben. De regie over de eigen loopbaan en voorspelbaarheid van je eigen toekomst is minder gegarandeerd. Het is zaak dat daaromheen de juiste randvoorwaarden worden gecreëerd, die mensen kansen en veiligheid bieden.”

"De politiek moet de dynamiek en diversiteit van de arbeidsmarkt als een gegeven beschouwen. Die dynamiek geeft kracht en daar moet je gebruik van maken."

We zullen in de ogen van Koops dus toegaan naar een heel ander concept van werk. Daarbij ontkomen we er niet aan om verschillende loopbanen te accepteren in verschillende soorten werkrelaties. Door digitalisering lijkt de arbeidsmarkt transparanter te worden, maar volgens Koops zorgt dit juist ook voor een grotere complexiteit in de sector van arbeidsbemiddeling. “De kansen voor de intermediair zijn groot, mits men bereid is om mee te veranderen. Als je de impact van digitalisering afzet tegen de traditionele structuur van grote bedrijven, dan zie je dat de processen bij die bedrijven transparanter worden waardoor het outsourcen makkelijker wordt. En steeds meer bedrijven geven een groot deel van de bedrijfsvoering uit handen. Bijvoorbeeld een cameraproducent in Japan die een intermediair vraagt om de hele business te runnen, zodat zij zich kunnen focussen op de kwaliteit van het product. Dat betekent dat we richting toekomst meer de kant op gaan van de netwerkeconomie waarin bedrijven als clusters van projecten worden samengevoegd. En dat leidt uiteindelijk tot langere ketens van bedrijven die zich in toenemende mate richten op datgene waar ze echt goed in zijn. Ze gaan zich gedragen als zogenaamde regiebedrijven, die regie voeren op het proces in hun deel van de keten. Bij die regiefunctie worden aspecten als vertrouwen en kwaliteit cruciaal. Want als je meerdere schakels hebt, moet je erop kunnen vertrouwen dat iedereen in die keten de goede dingen doet om uiteindelijk het geheel te laten excelleren. Helaas is vertrouwen nu net het aspect waar we maatschappelijk in Nederland op dit moment een gebrek aan hebben. En dat zie je terug in het bedrijfsleven.”

Levenslang werken en flexibiliteit

Voor de sector arbeidsbemiddeling is langer werken een dominante factor. Want als de gemiddelde leeftijd de 100 jaar overstijgt, dan betekent dat heel veel voor de arbeidsmarkt. Het tijdperk waarin mensen twintig jaar naar school gingen om vervolgens veertig jaar te werken en aansluitend te genieten van het pensioen, ligt definitief achter ons. “Het opleiden zou vanaf nu bijvoorbeeld over de eerste zeventig jaar moeten worden uitgesmeerd”, aldus Koops. “Waarbij de ervaring die men op de werkvloer opbouwt, veel meer zou moeten worden verzilverd. Op school leer je vakkennis, maar de benodigde vaardigheden leer je pas in je job. Ook dat is onderdeel van het nieuwe flexdenken. Dat denken leidt in ons land tot nogal wat discussie en daarin spelen emoties vooralsnog een belangrijkere rol dan feiten. Je mag van mensen geen flexibiliteit vragen als je daar niet ook een stukje zekerheid tegenover zet. En het probleem is dat zekerheid mentaal nog altijd wordt gekoppeld aan dat ene vaste contract. We zullen moeten aantonen dat het ook anders kan. Een mooi voorbeeld hiervan is de nieuw ontwikkelde Perspectiefverklaring die mensen zonder vaste baan toegang verschaft tot een hypothecaire geldlening. Vanuit de toekomstige waarde van de werknemer. Uit de eerste resultaten blijkt overigens dat het debiteurenrisico van deze groep veel lager is. Toch zien we in de praktijk dat veel banken moeite hebben om hiermee om te gaan, ook bij hen geldt de vaste baan nog als een garantie. Wat in feite vreemd is, omdat veel van de mensen met een vast contract hun baan als gevolg van digitalisering kunnen verliezen, waardoor hun toekomstperspectief juist niet helder is. Met name voor jongeren is het cruciaal dat we hierin als maatschappij stappen zetten, anders lopen ze vast. Die jongeren kijken overigens veel meer dan wij naar de maatschappelijke waarde van ondernemingen en hebben daarbij de integriteit van de opdrachtgever hoog in het vaandel staan. Zij zullen meer kijken naar ‘what’s in it for me, wat leer ik daar, ontvang ik voldoende feedback en kan ik snel stappen maken?’. Jongeren willen kunnen combineren en deze combinatiefilosofie zullen ze in hun werk terug willen vinden. Daarbij zal de waarde van werk altijd groot blijven voor mensen. Het geeft betekenis. En die waarde wordt eerder groter dan kleiner. De combinatie zal gericht zijn op wonen, werken en (gezins)leven en die moet je in interactie beschouwen. Dan heb je als intermediair veel te bieden. Want waarom mag je bijvoorbeeld niet een stuk overwaarde van je woning investeren in jezelf om daarmee het perspectief op de arbeidsmarkt te vergroten en daarmee het risico voor de hypothecaire geldverstrekker te verlagen?”

"Oplossingen worden steeds diverser. Het uitzenden is nu nog gericht op uurtje-factuurtje en het uitzenden van mensen, terwijl het straks veel meer gaat over het organiseren van werk en het ontzorgen van klanten. Daar zullen intermediairs naartoe moeten groeien."

Focus van product naar dienst

Volgens Koops biedt de zogenaamde netwerkeconomie forse kansen voor de intermediair. Bedrijven zullen veel meer moeten schakelen tussen verschillende projecten. En intermediairs zullen zich meer richten op het organiseren van werk voor de opdrachtgever waarbij procesbeheersing een van de belangrijkste kernactiviteiten gaat worden. En de toegang tot netwerken waar de juiste arbeidscapaciteit te vinden is, cruciaal wordt. De intermediairs zullen zich moeten ontwikkelen van uitzenders naar dienstverleners, niet meer primair gericht op het verkopen van producten, maar op het oplossen van klantproblemen. Waarbij de kandidaat ook in toenemende mate klant wordt. Koops: “Oplossingen worden steeds diverser. Het uitzenden is nu nog gericht op uurtje-factuurtje en het uitzenden van mensen, terwijl het straks veel meer gaat over het organiseren van werk en het ontzorgen van klanten. Daar zullen intermediairs naartoe moeten groeien. Niet alle zittende partijen zien die kansen, terwijl de nieuwkomers juist vanuit dit gegeven vertrekken. De nieuwste uitzendbureaus die zich bij ons melden, hebben geen mensen meer in dienst. Zij kruipen in de rol van regisseur. Het proces van uitzenden bestaat uit een aantal blokken, van inschrijving tot en met uitzenden. Al die blokken worden als het ware uit elkaar gerafeld en er komen steeds meer specialisten op delen van die blokken. Het verlonen wordt door nieuwe intermediairs vaak uitbesteed, maar ook het matchen. Hun kwaliteit bestaat uit het succesvol verbinden van de juiste specialisten op alle deelgebieden van het uitzendwerk.”

De zogenaamde red ocean, het huidige speelveld waarin de concurrentie-intensiteit fors is, kent maar één route om marge te houden. En dat is operational excellence gecombineerd met schaalvoordelen. Doordat technologische hulpmiddelen echter steeds meer bedrijven in staat stelt om de bedrijfsvoering op de efficiëntste wijze in te richten, biedt een uitmuntende bedrijfsvoering steeds minder onderscheidend vermogen, aldus de ABU-directeur. “Dit dwingt de intermediair na te denken over een nieuwe strategie”, stelt hij. “De partijen die in de zogenaamde blue ocean opereren, weten onderscheidend te zijn door zich te richten op bijvoorbeeld specifieke beroepsgroepen, het borgen van competenties of strategisch HR-advies. Daarnaast zal de toekomst nog veel meer gericht zijn op data-analyse en HR-tooling. En data bieden mooie kansen voor de intermediair om op in te spelen. Denk bijvoorbeeld aan de introductie van de apk voor je arbeidsmarktwaardepositie. Big data bieden de mogelijkheid om dit voor personen inzichtelijk te maken en veel gerichter advies en opleiding aan te bieden om de werkende te begeleiden naar de volgende stap in zijn of haar carrière.”

"Onze productiviteit wordt steeds groter en de mens wordt steeds belangrijker als onderscheidende factor."

Imago

De sector arbeidsbemiddeling heeft last van een negatieve beeldvorming rondom kwaliteit en prijs van hetgeen de sector levert. De druk op de prijzen en marges is groot. En het wordt meer dan ooit belangrijk om in de vraag naar ‘stabiliteit en zekerheid’ maatschappelijk krediet te bouwen en te behouden. Koops: “Natuurlijk gebeuren er negatieve dingen door malafide bedrijven, net als in andere sectoren. Voor een deel ligt dat buiten de macht van de ABU, maar het raakt onze sector. Daar moeten we op letten en voldoende maatschappelijke antenne voor hebben. En ook ik spreek van doorgeslagen flexibiliteit in gevallen waarin mensen op donderdagavond moeten bellen of ze vrijdag kunnen komen werken. En dan pas weten of ze op zaterdag de boodschappen kunnen doen. Dit is absoluut schadelijk voor de maatschappij. We zullen samen manieren moeten vinden om te komen tot de juiste balans tussen flexibiliteit en zekerheid. Dat zal van iedereen verandering vergen, ook voor een brancheorganisatie als de onze. Wij zijn gericht op zoek naar een bredere samenwerking met partijen die zich bezighouden met het organiseren van werk. Want door de herdefinitie van de rol van de intermediair worden meerdere partijen relevant in bemiddeling. Denk bijvoorbeeld aan re-integratiebedrijven en opleiders. Vanuit de gezamenlijkheid zijn we dan beter in staat om de diensten in te regelen, krachten te bundelen en de service verder te vergroten.”

De kandidaat centraal

Koops denkt dat er voorlopig geen sprake zal zijn van algemene arbeidsmarktkrapte. De krapte wordt ingevuld door een grote groep die langer moet blijven werken en dat zorgt er volgens hem voor dat er voorlopig voldoende aanbod is. “Wel is het een uitdaging om het beschikbare potentieel op de juiste plekken te krijgen”, vertelt hij. “Ik ben ervan overtuigd dat robotisering en digitalisering uiteindelijk zorgen voor meer werk dan dat er verdwijnt. Onze productiviteit wordt steeds groter en de mens wordt steeds belangrijker als onderscheidende factor. Kijk bijvoorbeeld wat privacy- en dataprotectie nu al voor werk opleveren. De grote uitdaging zit in de juiste manier van aansluiten van het aanbod, kwantitatief en kwalitatief. Op dit moment hebben we te maken met een arbeidsmarkt die niet goed functioneert. Er staan 1,5 miljoen mensen aan de kant en we hebben 300.000 arbeidsmigranten. En we hebben mensen die van school afkomen die niet arbeidsmarktfit zijn. Dat rijmt ergens niet. De bulk van de werkgelegenheid zit in de Randstad, in het oosten van het land hebben we tekort. Nederland kampt dus met kwantitatieve en kwalitatieve aansluitvragen. En die worden in de toekomst alleen maar groter. Kandidaten kun je niet altijd meer vinden, dus moet je ze gaan creëren of kijken waar je ze elders kunt vinden. Dat vraagt dat we investeren in kandidaten. Deze rol wordt in onze sector nog onvoldoende opgepakt. Je ziet dat tijdens de crisis de focus ligt op de opdrachtgever en dat zodra de economie aantrekt, er weer aandacht komt voor de kandidaat. Daar zullen we een ander evenwicht in moeten vinden. Ook bij bedrijven die zich puur richten op detachering is ruimte voor vernieuwing. Bij een aantal bedrijven is nog steeds sprake van een grote doorstroom van kandidaten. Ook daar zal de focus moeten komen te liggen op het begeleiden van mensen, het fit maken voor de (toekomstige) arbeidsmarkt, het inzichtelijk maken van carrièreperspectief en navenante investeringen in opleiding en vaardigheden. Eigenlijk zouden we toe moeten naar een soort persoonlijke ontwikkelregeling waar je fiscaal- vriendelijk opleidingen mee kunt financieren. Een geldpotje dat gekoppeld is aan het individu, niet aan een bedrijf of sector. Alle financiering zit nu verstopt in O&O-fondsen en allerlei ingewikkelde regelingen. Het onderwijs is van oudsher erg aanbodgericht gefinancierd. Wanneer we dit vraag-gestuurd inrichten, geef je de kandidaat meer zeggenschap en daarmee krijg je een beweging op gang. Daarbij zal het onderwijs naast opleidingstrajecten vooral ook gericht moeten zijn op training on the job. Het is van belang dat we met elkaar een positieve vibe weten te creëren. Eentje van dat je echt verder wordt geholpen, die de mens comfort biedt en die helpt om de oversteek te maken. Wat dat betreft heeft onze sector de wind tegen en de stroom mee. Als je goed kunt zeilen, kun je heel ver komen.”

Dit is een van de interviews voor de toekomstverkenning Arbeidsbemiddeling, bekijk hier de hele publicatie.
 

Boilerplate

Over Jurriën Koops

Jurriën Koops studeerde economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is sinds 1999 actief in de sector arbeidsbemiddeling. Zo is hij voorzitter van Stichting Opleiding en Ontwikkeling Flexbranche (STOOF) en lid van de visiegroep Werk en Economie bij het CDA. Sinds januari 2014 vervult hij tevens de rol van directeur van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU), de belangenbehartiger voor uitzendondernemingen. Waarbij de focus ligt op het klantbelang. Zo is ABU in het dieptepunt van de crisis te rade gegaan bij zijn leden en hun klanten. Om de betekenis van de ontwikkelingen te begrijpen en te vertalen in zijn beleid richting toekomst.

Reacties (0)
Bedankt voor uw bericht.
Downloads
Deel deze release
Deel op: Twitter
Deel op: Facebook
Deel op: LinkedIn
Laatste nieuws