Peter Bongaerts, directeur Beleid FME
"Technologische Industrie heeft volop kansen"
Peter Bongaerts, directeur Beleid FME
Zeist,
26
juni
2018
|
17:19
Europe/Amsterdam

Technologische Industrie heeft volop kansen

“Robotisering en digitalisering zijn de kracht en toekomst van de Nederlandse industrie. Als lid van een Europese koepelorganisatie zie ik dat alle landen nu met ‘Smart Industry’-programma’s bezig zijn. Daarom is het goed dat wij vier jaar geleden al zijn gestart met een actieagenda waarmee we het mkb bewust hebben gemaakt van de mogelijkheden die nieuwe technologie biedt. We zijn field labs gestart, die in de praktijk laten zien wat technologie en industrie voor elkaar kunnen betekenen. Daarmee lopen we voorop. De actiegerichtheid, de bewustwording en implementatie in Nederland zijn dus ongelooflijk goed geweest. Voor onze sector en voor onze economie als geheel.”

Peter Bongaerts is directeur Beleid van FME. In de zes jaar dat hij in de sector actief is, heeft hij veel zien veranderen. “Toen ik vijf jaar geleden de ESEF Beurs, de vakbeurs voor de maakindustrie, bezocht, zag ik vooral techneuten die hun machines presenteerden. Wie nu gaat, kijkt zijn ogen uit. Digitalisering en robotisering hebben de overhand gekregen. De beurs heeft een heel andere dynamiek gekregen: volop aandacht voor de kansen van technologie in zowel nieuwe toepassingen als in de productieprocessen om die toepassingen mogelijk te maken. Die dynamiek proberen wij ook in ons dagelijkse werk neer te zetten, zeker nu onze leden in toenemende mate zien dat hun oorspronkelijke businessmodellen worden uitgedaagd. Daarom heeft FME adviseurs aangesteld die kunnen helpen om kennis te ontsluiten en best practices te delen en bijvoorbeeld bedrijven wegwijs te maken in de financieringsmogelijkheden die er zijn. Een groot zorgpunt daarbij is wel dat de publieke investeringen afnemen, terwijl dit de industrie is waar we in Nederland, nu en in de toekomst, ons brood mee kunnen verdienen. Er zijn nu dertig fieldlabs waarin bedrijven en kennisinstellingen met de mogelijkheden van Smart Industry experimenteren. Als je het groot en goed wilt doen, zal er geld en capaciteit bij moeten. De overheid zou dat moeten ondersteunen. Dit nog even los van onze sector, want duurzaamheid en digitalisering zijn in brede zin de zaken waar het in de toekomst om gaat, waar geld te verdienen valt. Wat ik nog mis, is de collectieve ambitie om als land, als maatschappij, samen stappen vooruit te zetten en te profiteren van de kansen die er liggen. De overheid zou bijvoorbeeld ook een flinke bijdrage kunnen leveren door via haar aanbestedingstrajecten Nederlandse bedrijven uit te dagen om met innovatieve oplossingen te komen. Dat helpt onze innovatiekracht te versterken en daarmee ook de internationale positie van ons land te verstevigen. Het internationale spel wordt immers steeds belangrijker: buitenlandse partijen die willen investeren, kijken echt niet meer alleen naar onze arbeidsmarkt. Er worden gewoon ranglijsten gemaakt: waar zitten de slimme faculteiten, welk land heeft de relevantste kenniscentra, wie kan innovaties echt toepasbaar maken? Dat soort vragen komt steeds nadrukkelijker centraal te staan en dus zullen we ons als Nederland goed moeten blijven positioneren.”

Kijkend naar de eigen sector, ziet Bongaerts onder invloed van de technologische veranderingen nadrukkelijk ook een nieuwe cultuur ontstaan. “In het recente verleden was deze sector zeer competitief en hielden de bedrijven de kaarten tegen de borst als het om samenwerking ging. Dat is veranderd. Men realiseert zich dat de uitdagingen dusdanig complex zijn dat je die niet alleen het hoofd kunt bieden. Als FME merken wij dat we een mooie verbindingsrol kunnen vervullen, door bijvoorbeeld clusters en leden met elkaar in contact te brengen, maar ook door partijen te verbinden binnen de keten als daar vraag naar is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de medtech-bedrijven, waarvan we een aantal grote ondernemingen in de achterban hebben. We kunnen samen veel beter een propositie ontwikkelen om bijvoorbeeld een operatiekamer goed en hoogtechnologisch in te richten dan wanneer iedereen zich richt op een deelaspect daarvan. Zeker als we daarbij ook de ziekenhuizen of patiëntenverenigingen betrekken. Ik zie echte cocreatie ontstaan, waarbij traditionele grenzen tussen partijen vervagen en er op nieuwe manieren wordt samengewerkt. Daarbinnen verandert ook onze rol als belangenorganisatie. Bij de belangenbehartiging zijn andere competenties steeds belangrijker. Minder specialisten en meer gericht op mensen die kunnen verbinden, hoofdzaken uit dialogen kunnen halen en vertalen naar ambtenaren of publiek. Het feit dat we IBM en KPN recent als lid hebben mogen verwelkomen, is tekenend voor hoe ook wijzelf ontwikkelen en hoe de sectorgrenzen vervagen. De ICT komt snel de industrie binnen, sommige van onze leden worden meer en meer een softwarebedrijf. Maar ook aan de materialenkant zie je van alles gebeuren. We zijn van ‘de metaal’, maar de composieten en kunststoffen groeien bijvoorbeeld net zo hard. Veel leden voelen zich daarom bij de klassieke termen grootmetaal of kleinmetaal niet meer thuis. Wij noemen onszelf de ‘technologische industrie’, dat past niet alleen beter, maar geeft ook volop ruimte om een speler te zijn in andere segmenten en sectoren, zoals de Food & Agri.”

Volgens Bongaerts liggen er voor de technologische industrie dus volop kansen, al is het wel zaak om de mens in alle technologische vernieuwing mee te nemen. “Robotisering leidt tot ander werk, dat vraagt om nieuwe competenties die wij – medewerkers en werkgevers – ons moeten aanleren. Taken veranderen en verantwoordelijkheden ook. Daar moeten we nu mee aan de slag. Niet alleen in relatie tot werk trouwens, maar in breder maatschappelijk perspectief: we moeten zorgen dat iedereen mee kan komen. We hebben net een grootschalig onderzoek uitgevoerd onder medewerkers in onze sector over hoe zij naar de digitalisering kijken. Zijn werknemers zich voldoende bewust van de impact van veranderingen? Hoe zien zij hun rol over vijf jaar? Is het middelmanagement voldoende toegerust om hierover in gesprek te gaan? Dat zijn wezensvragen die een snel en passend antwoord verdienen. Ook daar zie ik een taak van ons als FME, om in elk geval binnen onze sector de juiste verbindingen te leggen en dit soort onderwerpen te adresseren. Het gaat om de toekomst van ons allemaal.”

Boilerplate

FME telt 65 branches en 2200 leden. In de voorbije jaren is de organisatie zich steeds meer gaan organiseren rond grote, maatschappelijke uitdagingen en technologische oplossingen daarvoor. Denk onder meer aan medtech, bouw, klimaat en voeding, maar ook (cyber)veiligheid. Met een brede scope op de potentiële impact van technologie op de maatschappij.

Reacties (0)
Bedankt voor uw bericht.