Zeist,
27
december
2024
|
07:43
Europe/Amsterdam

Vuurwerkverbod in mijn gemeente?

Meer dan helft inwoners weet van niets

In steeds meer Nederlandse gemeenten geldt een vuurwerkverbod. Uit onderzoek van Achmea blijkt dat meer dan de helft van de inwoners in deze gemeenten niet op de hoogte is van dit verbod. In gemeenten waar vorig jaar een vuurwerkverbod van kracht was, geeft 21% van de ondervraagden (18 jaar of ouder) aan nog steeds zelf vuurwerk af te steken. Dit zijn vooral mensen met thuiswonende kinderen van 12 jaar of jonger.

Opvallend is verder dat sommige Nederlanders denken dat er een vuurwerkverbod is in hun gemeente, terwijl dit er niet is (18-34 jaar: 14%, 35-54 jaar: 10%, 55 jaar of ouder: 6%). Gevraagd naar hoe mensen over een verbod denken, geeft zo’n 80% aan voor een bepaalde vorm van verbod te zijn. Ruim vier op de tien Nederlanders geeft voorkeur aan een landelijk vuurwerkverbod. 28% is voorstander van vuurwerkvrije zones. Er zijn echter maar weinig mensen voor een gemeentelijk verbod (7%). Ongeveer 20% wil helemaal geen verbod. In gemeenten met een vuurwerkverbod is men vaker voorstander van een landelijk verbod (50% tegenover 42%). 

Vuurwerk afsteken vooral nog populair bij huishoudens met thuiswonende kinderen
Van de Nederlanders van 18 jaar en ouder die in het verleden zelf vuurwerk hebben afgestoken geeft ruim een kwart aan dat nog steeds te doen. In gemeenten met een vuurwerkverbod ligt dit iets lager (21%). Dit zijn vooral mensen met thuiswonende kinderen van 12 jaar of jonger. 40% van de huishoudens met thuiswonende kinderen geeft aan nog zelf vuurwerk af te steken. Mensen met huisdieren lijken even vaak vuurwerk af te steken als mensen zonder huisdieren. Vier op de tien ondervraagden geeft aan vroeger wel vuurwerk te hebben afgestoken, maar doet dit momenteel niet meer. De redenen hiervoor zijn vooral financieel: het is te duur geworden, of men heeft het er niet meer voor over. Daarnaast geeft een deel van de Nederlanders aan er geen behoefte meer aan te hebben, of het te zijn ontgroeid. Ook het milieu en gevaar worden genoemd als redenen om geen vuurwerk meer af te steken. 

Alternatieven voor vuurwerk: gezellig samenzijn staat centraal
De meeste Nederlanders vieren oud & nieuw thuis met vrienden en/of familie of bij vrienden of familie. Gezellig samenzijn staat hierbij centraal. Ook oliebollen eten, aftellen naar 12 uur en even de straat op na 12 uur mogen hierbij niet ontbreken. Slechts 13% van alle Nederlanders vindt dat zelf vuurwerk afsteken niet mag ontbreken bij het vieren van oud & nieuw.   
Meer dan de helft van de Nederlanders geeft aan dat men ook iets anders kan doen dan vuurwerk afsteken om oud & nieuw te vieren. Als alternatief wordt bijvoorbeeld genoemd het bezoeken van een gemeentelijke vuurwerk- of lichtshow. Mensen met  thuiswonende kinderen (tussen de 7 en 18 jaar) zien minder mogelijkheden voor alternatieven dan vuurwerk afsteken.

Achmea pleit voor nieuwe tradities
De traditie van zelf vuurwerk afsteken op oudejaarsavond zorgt nog steeds elk jaar weer voor onnodig veel letselschade en maatschappelijke overlast. Als grote schade- en zorgverzekeraar horen wij veel verhalen van onze klanten over wat dit teweeg brengt. Marjanne Mulder, Campagnemanager bij Achmea: “Wij vinden het zelf afsteken van vuurwerk door consumenten niet meer van deze tijd. Al langer pleiten wij voor nieuwe tradities. Het onderzoek wijst uit dat een meerderheid van de mensen openstaat voor alternatieven voor het zelf afsteken van vuurwerk. Dat is hoopvol. Tegelijkertijd vinden we het zorgelijk dat een deel van de mensen, met name met thuiswonende kinderen, vast lijken te blijven houden aan het zelf afsteken van vuurwerk. Voor ons reden om ook dit jaar aandacht te vragen voor nieuwe tradities bij oud & nieuw.”

Achmea staat voor duurzaam samen leven en steunt daarom voor het negende jaar op rij de oproep van het Vuurwerkmanifest voor een landelijk verbod op consumentenvuurwerk. Deze organisatie, onder leiding van oogarts Tjeerd de Faber, weet zich inmiddels gesteund door meer dan 750.000 particulieren en organisaties.
 

Download