Zeist,
05
augustus
2020
|
16:04
Europe/Amsterdam

“Taal heeft een waanzinnige impact op hoe mensen naar het klimaat kijken”

Veel Nederlanders vinden het belangrijk dat hun woning klimaatbestendig is.  Dat blijkt uit de Klimaatadapatiemonitor van Achmea. Tegelijk weten ze niet goed wat dat is.  Motivatie met woorden is dan de sleutel tot succes, reageert taalexpert Sarah Gagestein. “Je kunt een verhaal bomvol argumenten stoppen dat helemaal niets doet, en een vrijwel argumentloos verhaal kan een waanzinnige impact hebben.”

Spijkerbroeken die op een waterbesparende manier gemaakt worden. Afbreekbare rietjes. Zonnepanelen. Een rugzak die gemaakt is van plastic waterflesjes. Treinen is het nieuwe vliegen: Duurzaamheid is overal. Inmiddels kent iedereen het geluid dat we echt iets moeten doen tegen klimaatverandering – daar vervolgens weer gehoor aan geven is weer een ander verhaal.

Maar er is nog een belangrijke realiteit die zich steeds luider opdringt: klimaatverandering ís er al. Ook al zouden we er morgen in slagen om alle CO2-uitstoot terug te dringen, dan nog moeten we in de toekomst rekening houden met weersomstandigheden die blijvend veranderd zijn. De bloedhete zomers van de afgelopen twee jaar hebben dat besef aangezwengeld, evenals hevige regenbuien, droogte en pittige stormen.

Dat zag Achmea ook dit jaar weer bevestigd in de Klimaatadaptatiemonitor, een jaarlijkse inventarisatie van het besef van Nederlanders over de noodzaak om hun huis beter bestand te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering.

Pas bezorgd bij een verpieterd gazon

Als je mensen de vraag stelt ‘Maak je je zorgen over je woning door het veranderende klimaat?’ terwijl ze op dat moment zichzelf koelte toewuiven in een bloedhete slaapkamer of kijken naar een verpieterd gazon, dan zien ze daar misschien wel iets in. Maar dat is niet hetzelfde als een duurzaam besef van de noodzaak tot verandering – een besef dat er voor zorgt dat mensen ook daadwerkelijk in actie komen om iets aan te passen.

Volgens de klimaatadaptatiemonitor maakt de helft van de Nederlanders zich weinig tot geen zorgen over hun woning door het veranderende klimaat, omdat ze al maatregelen hebben getroffen of denken dat in de toekomst nog wel te kunnen doen. Tegelijkertijd weet bijna niemand hoe ze hun woning klimaatbestendig kunnen maken. Er is dus behoefte aan meer informatie, maar ook aan meer motivatie om daadwerkelijk actie te ondernemen.

De sturende kracht van taal

Hoe krijg je mensen zover om zich in een moeilijk onderwerp als klimaatbestendigheid te verdiepen – en al helemaal als je daarbij direct denkt: ‘Dit gaat me veel geld kosten?’ Sarah Gagestein weet hier als taalstrateeg alles van. Met haar onderneming Taalstrategie doet ze veel onderzoek naar de sturende kracht van taal en geeft ze advies en trainingen in zowel de publieke als de commerciële sector.

“Je kunt een verhaal bomvol argumenten stoppen dat helemaal niets doet, en een vrijwel argumentloos verhaal kan een waanzinnige impact hebben”, zegt Gagestein. Het frame waarin een verhaal verteld wordt is volgens haar heel belangrijk. “Dat iets geld kost, is een frame. Bij het onderwerp klimaat gaat het al snel over wat het moet kosten, maar er zijn ook berekeningen gemaakt over wat het kost als je niets doet. Géén klimaatadaptatie is veel duurder dan welke interventie we ook kunnen bedenken – dat het geld kost, of geld bespaart, is dus allebei waar, maar de impact van zo’n verhaal is heel verschillend.”

Volgens Gagestein is het de kunst om het onderwerp dichtbij te halen. Zo bezocht ze een informatiedag van een waterschap waar ze met onder andere slimme regentonnen heel concreet konden uitleggen wat je wint met zo’n product. “Daar hadden ze echt positieve verhalen van gemaakt, dat werkt goed.”

Drang om bij de groep te horen

Ze heeft ook voorbeelden die onbedoeld goed blijken uit te pakken. “Onlangs was ik op bezoek bij familie en toen zag ik dat het hele dorp vol lag met zonnepanelen. Iemand zei toen: ‘Mijn buurman had ze, en toen dacht ik dat is vast ook iets voor mij’. Daar zaten helemaal geen ideologische overtuigingen achter, dat is gewoon onze drang om bij de groep te horen.”

Gagestein ziet bij veel beleidsmakers en andere partijen die zich bezighouden met klimaat of de energietransitie dat ze er met de goede argumenten niet komen. “Er zijn helaas een hele hoop frames in omloop die helemaal niet op feiten gebaseerd zijn, dat het allemaal een groot complot is om geld te verdienen. Dat is erg lastig.”

Zeg vooral niet wat iets niet is

Wat je moet zien te voorkomen in de communicatie binnen klimaatadaptatie is in de eerste plaats: zeggen wat iets níét is. Gagestein noemt als voorbeeld: ‘Het is niet zo dat het alleen maar heel veel geld kost om…’. “Dat soort ontkenning hoor je vaak, met goede bedoelingen. De boodschapper probeert tegemoet te komen aan iets wat hij verwacht bij de ander aan te treffen, maar alles wat je benoemt groeit. Ontkennen is erkennen.”

Ook grijpen mensen volgens haar te snel naar cijfers. Op een (te) hoog en abstract niveau proberen ze daarmee aan te tonen dat iets belangrijk is. Maar wat zegt anderhalve graad temperatuurstijging? Dat de akkers verdrogen, dieren sterven, er meer dagen zijn waarop het bloedheet is – dat zijn kleinere schakels uit een groot geheel. “Dat begrijpen mensen. Met een ander frame kun je dezelfde boodschap veel krachtiger maken.”