Bruno Aravena Oviedo
“Wij kregen een heldenonthaal in Nederland”
Bruno Aravena Oviedo
Zeist,
26
september
2016

“Wij kregen een heldenonthaal in Nederland”

In de zomer van 1976 kwamen 330 Chileense vluchtelingen naar ons land. Ze waren op de vlucht voor de doodseskaders van Pinochet. Samen met zijn ouders en twee zusjes werd Bruno Aravena Nederlands staatsburger.

"Via een vriend bij de politie hoorde mijn vader dat hij op een lijst voorkwam; hij was te socialistisch, te rood en lid van de vakbond. In de fabriek van het dorp stond hij regelmatig op een zeepkist om de arbeiders op te roepen zich voor hun rechten op te komen.”

“Plotseling was mijn vader weg. ‘Dat doet hij wel vaker,’ zei mijn moeder, ‘nu alleen wat langer.’ Totdat wij een paar weken daarna ook met een paar plastic tasjes bagage met de bus naar Argentinië vertrokken.”

“Pas veel later viel het kwartje bij mij dat wij op de vlucht waren. Ik ging pas nadenken toen we aankwamen in het Vluchtelingen Hotel in Buenos Aires. ‘Waarom zitten we hier?’ dacht ik. Waarom slapen we met 50 mensen op een zaal?”

“Ik herinner mij nog goed, dat er ’s nachts regelmatig militairen het hotel kwamen binnenstormen. Ik hoor de kinderen nog gillen en huilen. Als ik naar beneden keek, op de straat, zag ik de mannen verdwijnen in de vrachtwagens. Ook mijn pa.”

“Het recht van de elite gold in Chili. Mijn ouders waren links. Solidair met het volk en vol van idealen. Ze wilden het anders. Meer gelijkheid tussen arm en rijk en een einde aan de onderdrukking van de arbeiders. Het waren de jaren ’70. President Allende zorgde voor een nieuwe wind.”

“Tot Pinochet zijn staatsgreep pleegde. Daarna werden mensen opgejaagd, opgespoord, opgepakt en vermoord.”

“Mijn vader heeft nooit echt verteld wat er in die verhoren gebeurde. Hij heeft altijd geluk gehad, zei hij, maar andere mensen hadden ze wel flink te pakken genomen.”

“Sorry, momentje.”

“Een keertje, vertelde hij, werden ze met een stel andere mannen naakt op een vuilnisbelt gedumpt. Daarna moesten ze hun weg naar het hotel maar terug zien te vinden.”

“Solidariteit ligt in Chili, denk ik, wat anders dan in Nederland. Dat heeft veel meer met onze geschiedenis te maken. Het Chileense volk is vanuit een verenigd onrecht in een cadans terechtgekomen van een diep gedragen collectief gevoel.”

“In 1992 is mijn vader gestorven. Heel jong, 46 jaar. Maagkanker. We hebben toen nog een reis gemaakt met onze familie naar Chili om o.a. zijn vriend bij de politie te bedanken. De Chileense gemeenschap nam hem dat niet in dank af. Hoe kan je dat nou maken? Iemand die in dienst heeft gestaan van het regime!? Toch vond mijn vader, dat hij deze man uit principe moest bedanken.”

“Door de vele artikelen van journalist Jan van der Putten - destijds latijns-Amerika –correspondent voor de Volkskrant – werden de Chileens vluchtelingen in de Tweede Kamer besproken en werd er een verzoek ingediend om ons toe te laten.”

“Met een vliegtuig vol met andere Chilenen kregen we een heldenonthaal in Nederland. Overal stonden de mensen ons op te wachten.”

“Uiteindelijk kwamen wij terecht in Dordrecht met tien andere gezinnen en hun aanhang. Die eerste tien jaar waren we heel hecht en gingen we regelmatig met z’n allen demonstreren. We wilden bekend maken aan Nederland dat we hier niet zomaar waren, maar dat er andere kant van de wereld verschrikkelijke dingen gebeurden.”

“Wij kregen tienduizend gulden om ons huis in te richten, maar de helft ging naar mensen in nood in Chili. Ook van de uitkering ging een deel naar mijn geboorteland. Achteraf raar, dat ik dat zo normaal vond. Maar goed, wij mochten in dit mooie land leven, maar tegelijkertijd wist je dat er kameraden en collega’s het slecht hadden.”

“Ik ben nu adviseur bij Centraal Beheer en vrijwilliger bij LEF, een organisatie die mbo’ers meer financieel bewust moet maken. Daarnaast coach ik jongeren die uitvallen op school, drop-outs.”

“Chili speelt in mijn leven nog altijd een rol, maar ik ben heel gelukkig in Nederland.”

“Het allerbelangrijkste wat mijn vader mij heeft geleerd is je te verdiepen in andere mensen en verantwoordelijkheid te nemen voor de dingen die je doet.”

“Als ik bij mensen op bezoek ben en het wordt rond etenstijd, dan wordt het spannend. Wat gaat er gebeuren? Mijn ratio weet: ik moet nu naar huis, maar mijn gevoel zegt, wacht nog even, misschien gaan we toch samen eten. Bij mij thuis sluit je gewoon aan ook al ben je een minuut binnen. Je gaat toch niet opsplitsen voor het eten als je samen met vrienden bent?”

Boilerplate

Hoe solidair is Nederland?

Vanaf begin 2015 is Achmea op zoek naar antwoorden op deze vraag. We vragen publieke figuren naar hun persoonlijke mening over solidariteit. Dat levert elke week nieuwe inzichten op. Lees eerdere blogs over solidariteit in Nederland en praat mee op Facebook!

Reacties (0)
Bedankt voor uw bericht.
Deel deze release
Deel op: Twitter
Deel op: Facebook
Deel op: LinkedIn
Laatste nieuws