Mark de Smedt, Adecco Group
“Overtreffen van klantverwachtingen wordt steeds belangrijker”
Mark de Smedt, Adecco Group
Zeist,
06
februari
2018
|
16:25
Europe/Amsterdam

“Overtreffen van klantverwachtingen wordt steeds belangrijker”

“De Europese arbeidsbemiddelingssector beschouwt Nederland als gidsland in de sector. Flexibilisering van de arbeidsmarkt en flexibele vormen van werk zijn in Nederland beter ingeburgerd dan waar ook ter wereld. De uitzendpenetratie in Nederland staat wereldwijd op de derde of vierde plaats. En dat is nog exclusief andere vormen van flexwerkers, zoals zzp’ers. Daarvan is het percentage in Nederland inmiddels ook het grootst. Vanuit de geschiedenis hebben wij altijd een zeer open economie gekend; het zit in het DNA van ons land om open en mercantiel te zijn. Dat is al 500 jaar zo.”

Mark de Smedt ziet Nederland met name als voorbeeld van een land dat telkens weer een goede balans weet te vinden tussen de belangen van werkgever en werknemer. “De vernieuwingskracht van Nederland is bovengemiddeld”, stelt hij. “De afgelopen 50 jaar is Nederland koploper geweest, vooral daar waar het gaat om nieuwe vormen van flexibiliteit en arbeidsbemiddeling. Kijk ook naar de Flexwet. Dat is een wet die de belangen van alle betrokkenen in ogenschouw neemt. Ik zou Nederland toch heel graag bij de betere voorbeelden willen scharen als het gaat om de gebalanceerde benadering, waarin zowel het belang van werkgever als werknemer wordt gediend. De driver achter de wil om wendbaar te zijn, komt in mijn ogen voort uit concurrentiebehoeften. Aangezien Nederland concurreert met de competitiefste economieën ter wereld, is het logisch dat een level playing field maatgevend is voor de nodige wendbaarheid. Nederland heeft vrij snel weten in te spelen op vragen uit het bedrijfsleven om flexibeler te kunnen opereren. Daarnaast heeft Nederland – in tegenstelling tot andere Europese landen – een overwicht aan grootzakelijke ondernemingen. Daardoor staan we al langer in concurrentie met andere grote bedrijven, meestal vanuit een westerse hoek, zoals de VS en Groot-Brittannië. En in die concurrentie moet je als bedrijf meekunnen op alle fronten, zeker ook in de flexibilisering. Het is bewezen dat de concurrerendste economieën ook de economieën zijn met de hoogste flexibiliseringsgraad.

“De helft van wat we vandaag doen, doen we in de toekomst niet meer”

Het is interessant te zien hoe Nederland in dat concurrentieveld altijd in staat is geweest om vanuit een gebalanceerde arbeidsmarkt te opereren. In tegenstelling tot andere landen waar de onderhandelingsmacht is doorgeslagen naar het bedrijfsleven of de werknemer. De Smedt: “Ondernemingsraden in Nederland zijn ten opzichte van bijvoorbeeld België compleet anders. In Nederland is er een sociaal model waarin iedereen met elkaar praat over het welzijn van het bedrijf en wat er moet gebeuren om het bedrijf gezond te houden. Dat is echt anders dan in andere landen. In de VS bijvoorbeeld pleiten vakbonden uitsluitend voor de belangen van de leden, waarbij nauwelijks oog is voor de onderneming of de omgeving. Daar lijkt nog altijd klassenstrijd te bestaan. Eenzelfde fenomeen zie je in Frankrijk, terwijl in Scandinavië lde balans juist is doorgeslagen in de andere richting, veel meer gericht op life en minder op work, waardoor zij moeite hebben competitief te blijven. In Zweden hanteren ze het zogenaamde bench model, waar de arbeidskrachten in dienst zijn van de arbeidsbemiddelaars. Dit is een vorm van schijnflexibiliteit. Finland kent daarentegen van oudsher een zeer rigide arbeidsmarkt en heeft daardoor veel aan concurrentievermogen ingeboet. Sinds 2016 is men daar begonnen met flexibilisering en nu is dat de regio met de sterkste groei voor uitzendwerk.”

Nederland staat net als andere Europese landen voor een grote uitdaging: behoud van de levensstandaard. Dat kan langs twee assen: productiever worden of meer mensen aan het werk krijgen. Volgens De Smedt is met name de demografische ontwikkeling een belangrijke factor. “De productiviteit stijgt weliswaar continu, maar er komen niet veel arbeidskrachten bij. En de aanwas die er wel is, past niet bij de vraag. Migratie is een onderdeel van het probleem. Canada kent bijvoorbeeld migratiestromen gericht op arbeidsmarktgroei en deze stromen zijn arbeidsmarktfit. In Europa is niet heel duidelijk hoe de migratie bijdraagt aan de arbeidsmarkt. Dat helpt niet. Daarnaast is de technologie inmiddels vergevorderd en dat raakt met name laaggeschoolde arbeid, een groot deel van het werkterrein van de uitzendbureaus. Als je kijkt naar onze sector, dan zal binnen tien jaar voor de helft van de uitzendkrachten de baan niet meer bestaan. Alle transactionele en backoffice-activiteiten gaan verdwijnen, dat zie je vandaag de dag al gebeuren. De technologie neemt het over. En aangezien wij een arbeidsintensieve sector zijn, gaat dat veel voor ons betekenen. De focus zal moeten worden verlegd naar nieuwe terreinen. Zo zullen touch points met klanten steeds meer basis voor onderscheidend vermogen worden, omdat dat de momenten zijn waarin organisaties de klantverwachting kunnen overtreffen. Omdat ze in de levering van de klantervaring, het waarmaken van klantbeloftes en creativiteit het verschil kunnen maken. Dat is wat klanten onthouden en daar zul je altijd mensen voor nodig hebben. Een mooi voorbeeld is booking.com. Zij leveren ultiem gebruiksgemak, maar het is een model dat direct gekopieerd kan worden. Het is vluchtig en daarom moet booking.com continu nadenken hoe ze klanten aan zich blijven binden. En dat gaat niet op basis van alleen technische criteria. Dan komt het merk om de hoek kijken en de klantervaring. Door de technologie zijn de overstapkosten heel laag geworden. Voor de meeste technologisch geavanceerde bedrijven ligt de uitdaging bij het bouwen van een merk en duurzame business waarbij de klant echt aan het bedrijf is verbonden, los van de technologie. Want de technologie wordt een commodity. Excellente digitale processen zijn gewoon nodig en leveren geen extra toegevoegde waarde meer. Zo zal de kostenbesparing die digitalisering oplevert een neveneffect worden, maar geen doel op zich. Ook op onze eigen sector arbeidsbemiddeling heeft digitalisering een grote impact. Het raakt het matchen van vraag en aanbod en de assessmentindustrie. Inmiddels is bewezen dat artificial intelligence en algoritmen de assessments veel beter kunnen afnemen dan bijvoorbeeld psychologen. Net zoals bewezen is dat artificial intelligence en algoritmen sneller en accurater diagnoses kunnen stellen dan de beste artsen ter wereld. Dit soort diensten komt straks tegen veel lagere kostprijs op de markt. Ook wij zullen dus op zoek moeten naar nieuwe manieren om klanten te binden en onderscheidend te zijn.”

“Op lange termijn wordt het voor bedrijven een uitdaging om te kijken hoe ze klanten aan zich kunnen binden. Los van de technologie.”

Terug naar de demografie. De vergrijzing maakt dat een groot deel van de werknemerspopulatie moet doorwerken. En dat levert veel achterhoedegevechten op. Vooral in Zuid-Europa. Daar zie je bij de oudere arbeiders de pensioenleeftijd omhooggaan, maar de daadwerkelijke pensioendatum door allerlei regelingen naar beneden gaan. Een terechte vraag daarbij is of iemand op oudere leeftijd die altijd fysiek werk heeft gedaan nu nog bereid is dan wel in staat is zich om te scholen. Daarin moeten we volgens De Smedt realistisch zijn. “Het is een grote mentale shift”, stelt hij. “Mensen hebben hun focus gehad op een zekere leeftijd om vanaf dat moment van het leven te kunnen gaan genieten. Er is steeds een duidelijkere scheiding zichtbaar tussen de groep mensen die voor zichzelf een toekomst ziet dankzij alle veranderingen en de groep die de ontwikkelingen weliswaar waarneemt, maar vast wil houden aan vermeende rechten, aan al hetgeen hun beloofd is in de oude wereld. Het lijkt wel of we naar een maatschappij van twee klassen gaan, waarbij het opleidingsniveau een belangrijke scheidslijn vormt. In de VS zie je een dergelijke tweedeling heel nadrukkelijk. Vroeger was er een collectieve droom die door iedereen werd nagestreefd. Dat is nu totaal anders. In Europa zie je dat min of meer ook gebeuren. Er zal een groeiende groep ongeschoolden blijven bestaan die niet arbeidsmarktfit is. In de arbeidsbemiddeling ontstaan daarom steeds meer creatieve initiatieven die helpen om minder kansrijke groepen op een bijzondere manier een plek op de arbeidsmarkt te geven. Bijvoorbeeld de inzet van oudere, fysiek zwakkere werknemers in de schoonmaaksector, die ingezet worden om in het kader van WMO licht huishoudelijke taken te verrichten. Maar vooralsnog lijkt dit te gaan om kleine aantallen vergeleken met de totale omvang van de groep. Vanuit de overheid zou hier meer focus op moeten komen en vanuit één visie en agenda op moeten worden geacteerd. Wat mij betreft gaat dat nog te langzaam en handelt de overheid nog niet vanuit de inclusiviteitsgedachte. De grote politieke uitdaging is te kijken wie in de verandering mee kan en hoe je iedereen in de verandering meekrijgt. Mensen die zich geen onderdeel voelen van de toekomst zullen tegenstemmen en protesteren, uit angst. Daarbij is het uitermate belangrijk niet te vervallen in wij-zij-denken. Je maakt het verschil naar klanten door een inspirerend verhaal en dat gaat ook helpen bij het meekrijgen van de bevolking. De vraag die daarbij centraal staat, is hoe je de mens kunt helpen aan een zonniger toekomst. Ik zie het als onze taak als Adecco om mensen weerbaar te maken voor de toekomst en dus faciliteren we hen om in meerdere omgevingen en gebieden ingeschakeld te kunnen worden. Dat vraagt om aanpassingen, ook ten aanzien van de begrippen die we hanteren. Want de woorden arbeid en werk zijn eigenlijk oude woorden die de lading niet meer dekken. Een zzp’er ziet zichzelf niet ‘arbeiden’ of een job hebben. Hij of zij heeft een project, een traject, een leerervaring. En daar zullen ook de contractuele vormen op moeten worden aangepast. We willen mensen geen vast contract bieden, maar mensen aan ons binden om een bepaald traject te gaan volgen. De vraag is hoe dat vervolgens kan worden doorvertaald naar een businessmodel. Waarin de investering die we in een ‘kandidaat’ doen ook weer wordt goedgemaakt. Dit is een geheel andere dynamiek en dialectiek waar arbeidsbemiddelaars nog veel in moeten leren. Ook in Nederland maakt Adecco een transitie door naar andere manieren van organiseren waarbij het klassieke model wordt losgelaten. De nieuwe vestiging in Amsterdam is daar een voorbeeld van. Daar worden pilots gedraaid als ‘industry of the future’ waarin andere organisatievormen worden getest. Waarbij zowel medewerkers als klanten van Adecco onderdeel uitmaken van een netwerk waarin samen wordt gewerkt en geleerd.”

In Europa gaan landen in toenemende mate toe naar een meer gebalanceerd model waar de werkgever en flexwerker zich uiteindelijk in vinden. Flexsecurity is al zo’n term die hiervoor gebruikt wordt. Het gaat om het aanbieden van een bepaalde zekerheid aan de werknemer en flexibiliteit aan werkgever. De Nederlandse flexwet bijvoorbeeld is erop gericht om flexwerkers betere kaders, garanties en zekerheden te bieden. En die trend zie je in heel Europa. Zekerheden zijn relatief, het gaat vooral om de toegang tot zorg, pensioen en het leenstelsel. “Vergeleken met andere landen is in Nederland de dialoog met het kabinet op het gebied van onderwijs en arbeidsmarkt zeer constructief”, aldus De Smedt. “Men staat open voor nieuwe perspectieven. Uit onderzoek blijkt dat zestig procent van de beroepsbevolking die flexibel werkt, het liefst een vast contract zou willen. Dat was vijf jaar geleden nog tachtig procent. Als iedereen positief is ingesteld, dan gebeuren de goede dingen en dat biedt ruimte om na te denken hoe je garanties geeft en wat je kunt doen om bijvoorbeeld ook competentieontwikkeling te steunen. Van jongeren krijgen we niet de vraag wat ze gaan verdienen, maar wat wij doen om hen bij te scholen, op te leiden, kortom: welke diensten wij bieden gericht op ontwikkeling. En dat zijn mooie aanknopingspunten om de dialoog te voeden met de overheid. De overheid realiseert zich dat het onderwijs achterloopt, ook voor de vakken die vandaag de dag worden gegeven. De aanpassing mag in die zin sneller gaan en daarin wordt ook veel gekeken naar de rol van arbeidsbemiddelaars. Terecht, maar er zijn wel grenzen. Onze sector kan wel iets betekenen op het gebied van bijscholen en korte opleidingen, maar wij zijn natuurlijk geen onderwijsinstituut.”

“Het lijkt wel of we naar een maatschappij met twee klassen gaan. Een groep die vasthoudt aan hun rechten en oude wereld en een groep die de veranderingen wil en kan omarmen”
Boilerplate

Over Mark de Smedt, Adecco Group:

Mark de Smedt is sinds 2002 werkzaam voor Adecco. Hij is medeoprichter en managing partner van professional staffing specialist XPE Group, dat in 2009 door Adecco is overgenomen. Tussen 2002 en 2007 leidde De Smedt de Benelux-activiteiten van Adecco. Sinds januari 2016 is hij verantwoordelijk voor de verschillende merken en activiteiten van Adecco Groep in Noordwest-Europa. Adecco Group is een internationale uitzendonderneming met ruim 5500 kantoren in meer dan 60 landen en telt ongeveer 35 vestigingen in Nederland. Adecco Group is de grootste HR-dienstverlener ter wereld en marktleider in Frankrijk, Italië en Zwitserland. 

Reacties (0)
Bedankt voor uw bericht.