Peggy van Glaanen
“Jongeren springen een gat in de lucht als hun schuld 15.000 euro blijkt te zijn"
Peggy van Glaanen
Zeist,
08
augustus
2016

“Jongeren springen een gat in de lucht als hun schuld 15.000 euro blijkt te zijn”

Peggy van Glaanen Weijgel (54) is senior manager Risk Management Vastgoed bij Achmea. Op de katholieke meisjesschool in Paramaribo raakte ze bevriend met Patricia Zebeda. Na tientallen jaren ontmoetten ze elkaar weer in Amsterdam. Haar jeugdvriendin runt daar Stichting de Kandidatenmarkt; een succesvol initiatief om probleemjongeren aan een baan te helpen. Peggy ondersteunt Patricia op alle fronten.

“Patricia leert de jongeren naar zichzelf kijken zodat ze niet meer de schuld van hun situatie bij anderen neerleggen.”

“In Amsterdam Osdorp wonen veel jongeren die hun school niet hebben afgemaakt en geen baan hebben. Mijn indruk is, dat veel van die jongeren niet eens weten hoe andere mensen aan een baan komen. Vaak denken ze dat die mensen stomweg geluk hebben. Dat je daar hard voor moet werken hebben ze vaak van huis uit niet meegekregen. Ook op tegenslagen zijn ze niet voorbereid, terwijl die toch echt bij het leven horen.”

“In 2015 hielp Patricia tweehonderd jongeren aan een baan.”

“Elke vrijdag zie ik nieuwe gezichten. Die jongeren worden meegenomen door de anderen. Maar ook de jongeren met een baan blijven maar komen. Ze voelen zich daar thuis, zijn onder elkaar, delen hun succesjes en corrigeren elkaar.”

“Ik help Patricia met het maken van de kostprijsberekeningen voor het binnenhalen van opdrachten bij onder meer het UWV, GAK en de stadsdelen.”

“Als ze binnenkomen hebben ze geen idee wat ze nou wél of niet kunnen. Ze hebben ook geen idee hoe hoog hun schulden zijn.”

“Waarom vraag je je oom met die bakkerij niet of hij werk heeft? Of die tante met een kapsalon? Patricia leert de jongeren hun netwerk te gebruiken.”

“Ze springen een gat in de lucht als hun schuld niet vijftigduizend maar vijftienduizend euro blijkt te zijn.”

“Een blanke jongen uit Katwijk benader je anders dan een jongen uit Osdorp. Instanties in Nederland hebben vaak maar één methode om verschillende doelgroepen te benaderen.”

“In 1970 kwamen we voor de eerste keer in Nederland wonen om in 1975 weer terug te keren naar Suriname. Mijn ouders wilden het land helpen opbouwen. In 1978 waren we weer terug. Waar ik goed in ben geworden is het leggen van contacten, afscheid nemen en weer vrienden maken.”

“De eerste paar dagen in Amsterdam kan ik me nog goed herinneren. Het was grijs, koud en mistig. Ik verbaasde me over al die flats in de Bijlmer. Ik dacht dat Nederland volstond met ziekenhuizen.”

“In Suriname leerde je op school heel veel over Nederland. Ik kende de Nederlandse kaart beter uit mijn hoofd dan de Surinaamse. Vreemd eigenlijk.”

“Mijn vader had het moeilijk in Nederland. Hij idealiseerde zijn geboorteland. Hij zat bovendien nogal aan huis gebakken. In Suriname had je altijd een huis vol met vrienden. Hier was dat niet zo.”

“Bij de terugkeer in Suriname, namen weinig collega’s meer dingen van mijn vader aan. Ze zagen hem als een Surinamer uit Holland die even kwam vertellen hoe het moest.”

“Solidariteit? Daar zit ik dubbel in. Ik vind dat je mensen moet helpen om kansen te creëren voor zichzelf, maar daarna moeten ze het zelf doen, hebben ze het in eigen hand.”

“De Surinaamse opvoeding is consequent en duidelijk: Wat jij niet wil dat jou geschiedt, doe dat bij een ander niet.’”

“Patricia nam laatst een kandidaat mee naar een congres om zijn verhaal te vertellen. Een succesverhaal. Hij stond in de gang te wachten voordat hij het podium op mocht, toen de bedrijfsleider van het congrescentrum op hoge poten op hem af kwam benen. Wat-ie daar wel niet deed? Of-ie niet weg kon gaan? De jongen vertelde rustig dat hij een van de sprekers was, maar ontplofte toen hij een duw kreeg en gemaand werd om op te rotten. Hij werkte de bedrijfsleider naar de grond. Nadat de jongen aan iedereen had moeten uitleggen dat hij dagelijks met dit soort situaties te maken kreeg, bood iedereen hem ter plekke excuses aan.”

Boilerplate

Hoe solidair is Nederland?

Vanaf begin 2015 is Achmea op zoek naar antwoorden op deze vraag. We vragen publieke figuren naar hun persoonlijke mening over solidariteit. Dat levert elke week nieuwe inzichten op. Lees eerdere blogs over solidariteit in Nederland en praat mee op Facebook!

Reacties 1 - 1 (1)
Bedankt voor uw bericht.
Hans Moison
17
September
2016
Mooi verhaal Peggy. Ik werk nu een tijdje in Suriname en leer veel over de cultuurverschillen en hoe lastig het kan zijn om van de ene omgeving over te stappen naar de andere, zeker in een werkomgeving.
Deel deze release
Deel op: Twitter
Deel op: Facebook
Deel op: LinkedIn
Laatste nieuws